Schandalige uitkomsten bij pensioenakkoord

SECTION: Opinie
LENGTH: 640 woorden

SAMENVATTING

In komend pensioenakkoord zijn de vakbonden akkoord gegaan met zaken die hun leden alleen maar schaden. Ze diskwalificeren zich volledig, vindt David Hollanders.

VOLLEDIGE TEKST:

Van vakbonden mag je verwachten dat ze de belangen behartigen van de werknemers. Ook hoop je dat ze denken aan het algemeen belang.

Bij het conceptpensioenakkoord tussen werkgevers en werknemers doen de vakbonden geen van beide. Het akkoord is nog niet definitief, maar de vakbond staat op het punt om akkoord te gaan met een pensioenregeling die zeer nadelig is voor deelnemers eraan. Ook overigens valt hierover niets goeds te zeggen.

In het pensioenakkoord wordt de deelnemers niets gegarandeerd. Pensioenfondsen worden in dit akkoord beleggingsfondsen waaraan werknemers verplicht deelnemen. Als het aan de vakbonden ligt, worden bestaande en toegezegde rechten niet gerespecteerd. Het verlagen van bestaande aanspraken staat in schril contrast met de behandeling van obligatiehouders van banken. Hun rechten werden volledig gerespecteerd bij het redden van insolvabele banken als ING en ABN.

Het schenden van bestaande rechten betekent niet noodzakelijkerwijs dat het akkoord zelf onredelijk zou zijn, maar dat is het wel. Risicodeling – een gangbare notie in de economie – schrijft voor dat risico’s worden verdeeld over zo veel mogelijk partijen. Het is daarom onverstandig dat werkgevers zich terugtrekken als risicodrager. Ze krijgen daarbij zelfs een extreme vorm van zekerheid, in de vorm van vaste premies.

Zelfs als vakbonden het om hen moverende en onnavolgbare redenen wenselijk achten dat de werkgevers geen enkel risico lopen en de werknemers alle, is het ongerijmd dat werkgevers in het pensioenfondsbestuur blijven zitten. Net als bij aandeelhouders in bedrijven moet de risicodrager beslissingsbevoegdheid hebben.

Werkgevers in het bestuur laten, is vragen om problemen. Zo belegt ING-pensioenfonds in beleggingsfondsen van ING en kocht het pensioenfonds van Philips een deel van NXP boven de boekwaarde van Philips. Het is lastig om daar het behartigen van belangen van deelnemers in te zien. Werkgeversvertegenwoordigers zullen geen bezwaar hebben gemaakt.

Van optimale risicodeling en pension fund governance rept de vakbond evenwel niet. Evenmin maakt de vakbond zich druk over de vermogensbeheerkosten van 3 miljard euro per jaar (exclusief kosten van de uitbesteding van de uitbesteding), fiscale vrijstelling van pensioenopbouw, de structureel te lage premies (verplichtingen worden tegen lage rente gewaardeerd en premies worden verondersteld om aan te groeien met hogere, verwachte aandelenrendementen) en niet nagekomen bijstortverplichtingen. Zo stelde voormalig directeur beleggingen Jean Frijns van overheidspensioenfonds ABP dat de overheid 25 miljard euro te weinig premie heeft betaald aan ABP. Vakbonden komen niet verder dan het leggen van risico’s bij deelnemers.

Zelfs als vakbonden het onwenselijk achten om te beginnen over zoiets als te lage premies (of ook deze slag verloren hebben), zou het in elk geval logisch zijn om de verplichte deelname van deelnemers op te heffen. De verplichte deelname aan een pensioenfonds waarin werkgevers te lage premies betalen, het vermogensbeheer te wensen overlaat en jijzelf alle risico’s draagt, is in elk geval een heel slechte uitkomst. De vakbond gaat evenwel akkoord.

Schrijf nooit toe aan kwaadwillendheid wat de schuld is van incompetentie, luidt het spreekwoord. In dezen is de positie van de vakbonden evenwel zo ontluisterend, dat de verklaring wel moet zijn dat ze hun eigen positie in het bestuur hebben willen veiligstellen door werkelijk overal mee akkoord te gaan. Dat is menselijk, al te menselijk, maar hiermee diskwalificeert de vakbond zichzelf volledig.

David Hollanders promoveert op een proefschrift over pensioenen aan de Universiteit van Tilburg.